Terug naar De naam is…

de naam is...
 

 

 


Even geduld...In ons dagelijks leven hebben we vaker met geschiedenis te maken dan je denkt. Er bestaan nog behoorlijk wat woorden, begrippen en uitdrukkingen, die zijn afgeleid van historische personen. Deze woorden worden ‘eponiemen’ genoemd.

 

 

Eponiemen in ons eten en drinken:

bechamelsaus: melksaus

Genoemd naar Louis de Béchameil, markies van Nointel (1630-1703). Béchameil was financier en hofmeester van de Franse koning Lodewijk XIV. De meningen verschillen er overigens over of de markies de saus zelf heeft bedacht. Volgens een versie haalde de markies kabeljauw van overzee, waar hij viste voor de kust van New Foundland. Maar de vis moest gedroogd over de Atlantische Oceaan vervoerd worden en de gevoelige magen van het Franse hof zouden dat niet aankunnen. Daarom zou de vis zijn geserveerd in bechamelsaus, waardoor hij beter te verteren was. 

 

 

.Big Mac: dubbele hamburger

Genoemd naar de broers Maurice (Mac) en Richard (Dick) McDonald. ‘Mac’ overleed in 1971, en ‘Dick’ in 1998, betrekkelijk kort geleden dus. De beide broers begonnen in 1940 een drive-inrestaurant in de plaats San Bernardino vlak bij Los Angeles. In het midden van de jaren ’40 was dit restaurant uitgegroeid tot een plaats waar jongeren graag bij elkaar kwamen. Er was 20 man personeel, dat de klanten bediende op 125 parkeerplaatsen. In 1948 moesten ze onder druk van de concurrentie de zaken wat anders aanpakken. Het assortiment eten werd verkleind van 25 gerechten naar slechts: een hamburger, een cheeseburger, drie soorten frisdrank, melk, koffie, frites en taart. De hamburgers gingen minder wegen en werden goedkoper gemaakt. Bestek en porseleinen servies werden vervangen door papieren zakjes en bordjes, zodat ook geen afwasmachine meer nodig was. Al dit soort veranderingen bleken een groot succes te zijn. In 1961 verkochten de broers hun zaak aan Ray Kroc, een verkoper van milkshakemixers, die dit restaurantconcept over de hele wereld verspreidde. In 1998 had ‘McDonalds’ 23.000 vestigingen in 111 landen.

 

 

Geduld...Bintje: een bekende Nederlandse aardappelsoort.

Kornelis Lieuwes de Vries, was omstreeks de eeuwwisseling van de 19e naar de 20e eeuw, hoofd van een school in het Friese Suameer. Behalve dat, kweekte hij ook nieuwe soorten aardappelen voor de Friesche Maatschappij van Landbouw. In de vensterbanken van de school bloeiden aardappelplanten en de schooltuin was proefveld. Meester de Vries liep wel eens onder de les de klas uit, om buiten te controleren of het wel goed ging met zijn aardappels. In de loop der jaren heeft hij meer dan 125 verschillende aardappelrassen gekweekt. Maar in 1905 kwam er wel een heel bijzondere aardappel op de wereld: groot van stuk, goed van smaak, gemakkelijk te koken en hij kruimelde niet. Hij noemde haar: Bintje, naar een meisje dat bij hem in de klas zat. Bintje Jansma, op dat moment 17 jaar oud met “twee stijve strooien vlechtjes, witte houten klompen en een blauwgeruit schort” en een neus vol sproeten. De meester had overigens meer van zijn aardappels naar leerlingen vernoemd, maar die soorten kennen wij inmiddels niet meer: zoals, Sipke, Trijntje en Cato.

Bintje trouwde later met een zekere Pebesma en overleed in 1976, 88 jaar oud. Het verhaal gaat dat ze het bintje zelf niet lekker vond.

(Lees ook een korte geschiedenis van de aardappel).

 

 

..Elstar: appelsoort.

Genoemd naar Arie Schaap (1920-1968), die deze appel omstreeks 1955 kweekte in Elst, in de Betuwe. De appel is eigenlijk een kruising tussen de Amerikaanse ‘Golden Delicious’ en de Deense ‘Ingrid Marie’. Lange tijd droeg de appel overigens gewoon een nummer, maar twee jaar na het overlijden van Arie Schaap moest er een commerciële naam voor worden bedacht. Het leek niet slim om een appel ‘schaap’ te noemen, dus dacht men aan ‘Elstarie’ (Arie uit Elst). Dat werd uiteindelijk ‘Elstar’, waar dan ook mooi het Engelse woord ‘star’ in zat. In 1975 kreeg de appel officieel haar naam. De ‘Elstar-appel’ werd een succes.

 

 

Granny Smith: een harde groene appelsoort.

Deze appel werd rond 1860 gekweekt door de Engelse, maar met haar man en kinderen naar Australië geëmigreerde Maria Ann Smith (1799-1870), bijgenaamd ‘granny Smith’, oma Smith dus. Deze bijnaam kreeg ze in de buurt, omdat ze wanneer en waar dat nodig was, optrad als vroedvrouw. ‘Granny’ Smith kweekte op haar boerderij diverse eigen soorten fruit, maar de appel die haar naam kreeg zou bij toeval zijn ontstaan uit resten van Franse wilde appelen uit Tasmanië. Tijdens haar leven is er verder niets meer met de appel gedaan, maar de buren bleven hem na haar dood ook kweken. Zo was de appel in 1890 te zien op een plaatselijke fruittentoonstelling en in 1895 werd de appel door een overheidsexpert goedgekeurd voor de export.

Tegenwoordig wordt de appel niet alleen gekweekt in Australië, maar ook in Chili, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland en eveneens vanuit deze landen geëxporteerd.

 

 

Melba toast: langwerpige, dunne toast.

Genoemd naar de Australische operazangeres Nellie Melba (1861-1932), de artiestennaam van Helen Porter Mitchell.

Marie Ritz, de vrouw van  César Ritz (1850-1918), de naamgever van de Ritz-hotels, zat in hun tuin in Londen, toen ze een keer tegen Escoffier, hun inmiddels zeer bekende en geprezen chef-kok zei dat ze het geroosterde brood nooit dun genoeg vond. Had de kok geen tip voor haar om dat te veranderen? César Ritz en Escoffier bedachten dat ze het geroosterde brood doormidden konden snijden en vervolgens nog een keer konden roosteren. Het resultaat noemden ze ‘toast Marie’. Dat vond Marie te gewoontjes en omdat in die tijd madame Melba in het Savoyhotel verbleef waar Ritz en Escoffier op dat moment de scepter zwaaiden, èn madame Melba voor de zoveelste keer op dieet was, leek de benaming ‘Toast Melba’ haar wel wat. Vandaar dat we nog steeds deze toast kunnen kopen, hoewel de naam inmiddels is omgedraaid in ‘Melba toast’.

In 1932 ontdekte ene Marjorie Weil dat de toastjes plat uit de oven kwamen als je een strijkijzer op het deeg zette. Sindsdien is de industriële productie op gang gekomen.

Madame Melba heeft overigens ook haar naam gegeven aan de Pêche Melba, een dessert van roomijs, perziken en frambozenpuree. Ook dit gerecht is ontwikkeld door de befaamde kok Escoffier.

 

 

Reine-Claude: een bekende groene pruimensoort.

‘Reine-Claude’ betekent letterlijk: koningin Claude. Claude (1499-1525) was de dochter van koning Lodewijk XII van Frankrijk en Anne van Bretagne. Ze was niet mooi, liep zelfs mank, maar stond wel bekend als aardig, mild, vroom en zachtmoedig. Al op haar 15e jaar werd ze uitgehuwelijkt aan de man die vlak daarna zijn schoonvader zou opvolgen als koning Frans I van Frankrijk. Haar schoonmoeder had een hekel aan Claude en zorgde dat ze, hoewel ze koningin was, nooit veel politieke invloed kreeg. Claude hield zich dus bezig met andere dingen: ze schonk de koning zeven kinderen en beheerde de landgoederen die van het koninklijk huis waren. Koningin Claude was erg geliefd bij het volk en werd: ‘la bonne reine’ (de goede koningin) genoemd. De mannen die in de koninklijke tuinen werkten, hadden een groene, sappige pruim gekweekt en die noemden ze toen naar hun koningin.

De koning bekommerde zich overigens niet om zijn vrouw. Claude leidde een teruggetrokken leven en was vaak ziek. Ze overleed toen ze nog maar 25 jaar oud was.

Misschien een wat onverwachte verbintenis, maar Anna Boleyn, de moeder van de Engelse koningin Elizabeth I (op verscheidene van deze webpagina’s genoemd), is nog hofdame geweest van koningin Claude. Later kreeg ze een relatie met koning Hendrik VIII, Elizabeths vader, die haar uiteindelijk liet onhoofden. Wat zijn vijfde vrouw (Anna Boleyn was zijn tweede vrouw) overigens ook overkwam… Zijn zesde vrouw overleefde hem…(zie voor Elizabeth I ook bij strips en films).

 

 

.Sachertaart (‘Sachertorte’): chocoladetaart gevuld met abrikozenmarmelade.

Deze taart werd in 1832 bedacht door de Oostenrijkse Franz Sacher (1816-1907), die toen nog leerlingkok was in de hofhouding van staatskanselier Von Metternich (in die tijd behalve een Oostenrijks politicus ook een Europees politicus). Franz droeg het geheime recept over aan zijn zoon Eduard Sacher, oprichter van het eerste Sacherhotel in Wenen. Het recept is inmiddels niet geheim meer. (Wel vertalen uit het Duits…).

 

 

.sandwich: twee sneetjes brood met hartig beleg in lagen, bijvoorbeeld vis met groente.

Genoemd naar John Montagu, vierde graaf van Sandwich (1718-1792).

Als jonge diplomaat wist hij Maastricht  van de Fransen af te nemen bij de onderhandelingen voor de Vrede van Aken (1748), die aan het einde lagen van de Oostenrijkse Successieoorlog. Hij werd als een held onthaald in Londen. Tijdens de Amerikaanse Revolutie was hij minister van Marine, waardoor een aantal historici hem direct verantwoordelijk acht voor het verlies van de Amerikaanse koloniën. Zijn persoonlijke leven kende ook moeilijke momenten. Hoewel hij graaf was, was de familie nogal arm. Zijn vrouw werd al jong opgenomen in een psychiatrische inrichting (ook al gebruikten ze die naam toen niet), waardoor hij niet van haar kon scheiden. Hij kreeg vervolgens vijf kinderen bij zijn maîtresse Martha Ray, die in 1779 door een jaloerse minnaar werd doodgeschoten. Sandwich werkte keihard als hij een politiek ambt had. Als hij niets te doen had, en dat was soms jaren achter elkaar zo, dan hing hij de losbol uit.

Niet precies bekend is waar en wanneer de graaf de sandwiches heeft bedacht. Het schijnt als vervanging te zijn bedoeld voor de warme maaltijd, zodat de graaf geen tijd zou verknoeien met het eten van een uitgebreid diner. (Dit in verband met zijn werk, maar mogelijk ook in de tijden dat hij aan de zwier ging. Misschien wilde hij gewoon onafgebroken kunnen doorgaan met gokken en kaarten).

De Engelsen eten nog steeds graag sandwiches. Een afstammeling van de graaf van Sandwich heeft eind jaren ’90 zelfs een sandwichbedrijf geopend in Londen, waarbij zijn vader, de elfde graaf van Sandwich, een kijkje kwam nemen.

 

                                                                                                                                 naar boven